#Interne temperatuursensor activeren/deactiveren

Het apparaat kan de interne temperatuursensor gebruiken om de temperatuur op de installatielocatie te meten. U stuurt deze waarde dan door via de KNX-bus voor visualisatiedoeleinden of naar de ingang van een kamerthermostaat, bijvoorbeeld.

U kunt het volgende configureren als de interne temperatuursensor is geactiveerd:

* Temperatuurkalibratie: De gemeten temperatuurwaarde kan naar beneden of boven worden bijgesteld in stappen van 0,2 °C tussen -0,6 ... +0,6 °C indien nodig om de werkelijke temperatuur op een bepaalde plaats in de kamer weer te geven.
* Temperatuuremissie door variatie van: Definieert de temperatuursverandering die zal resulteren in de transmissie van een waarde op de KNX-bus. De waarden 0,4, 0,5 en 0,6 °C zijn mogelijk.
* Periodieke temperatuuremissie: Definieert een vaste tijdsperiode waarna de huidige temperatuur altijd op de KNX-bus wordt verzonden. Deze handeling wordt onafhankelijk van de werkelijke temperatuurverandering uitgevoerd. Waarden van 10 s, 20 s, ... 1 min, 2 min, ... 5 min, 10 min kunnen worden geconfigureerd.